-- base href="http://spkr.hackvalue.nl/" -->
Nee, nee, je zit helemaal verkeerd. Deze pagina is oud, achterhaald en werkt niet meer. Visiteer http://www.spkr.nl/".
In het nationaal milieubeleidsplan 3 is opgenomen dat
de bodemkwaliteit in het landelijk gebied vastgelegd moet worden voor
organische en anorganische diffuse verontreinigingen. In het kader van
mijn promotieonderzoek heb ik hiervoor een inventarisatie uitgevoerd en de
achterliggende processen en oorzaken van deze diffuse bodemverontreiniging
bestudeerd. Het onderzoek is gepubliceerd in mijn (Engelstalig) proefschrift.
Het volledige proefschrift is
als PDF file te
downloaden, inclusief de bijbehorende Nederlandse samenvatting.
Van deze samenvatting is een afgeleid,
Nederlandstalige, document gemaakt voorzien van figuren. Dit
is ook als PDF file te
downloaden [2.5MB].
Naar aanleiding van de resultaten van het proefschrift is er een
digitale atlas gemaakt van de Zeeuwse
bodemgeochemie en deze is te vergelijken met een alternatieve bodemkwaliteitskaart.
Hieronder staat een
korte samenvatting, met een nadruk op beleidsmatige resultaten en
implicaties.
Bodems zijn een essentiëel onderdeel van ons leefmilieu en vrijwel
altijd beïnvloed door de mens. Deze beïnvloeding varieert van subtiele
verhoging van bijvoorbeeld zogenaamde "zware metalen" (aanrijking) tot
ernstige bodemvervuiling. Een belangrijk onderdeel van het Nederlandse
bodembeleid is het vergelijken van de actuele bodemsamenstelling van een
gebied met referentie-waarden. Deze referentie zou overeen moeten komen
met de samenstelling van een natuurlijke, onbeinvloede bodem. Hiervoor
wordt vaak de wettelijke "streefwaarde" als norm gebruikt. Uit het
onderzoek blijkt onder andere dat deze norm niet geschikt is als
referentie voor natuurlijke achtergrondwaarden en niet in staat is om
subtiele verhogingen te detecteren.
Een belangrijk resultaat is dat de bodem in het landelijk gebied slechts
in een incidenteel geval de streefwaarde voor anorganische stoffen
overschrijdt en kan dus wettelijk als schoon worden aangemerkt. Er is
echter een duidelijk onderscheid aangetoond tussen de onbelaste bodem,
afgeleid uit een dieper gelegen bodemlaag en de door activiteiten van de
mens beïnvloedde bouwvoor. Cadmium en koper zijn relatief het meest
aangerijkt in de bouwvoor en dat komt waarschijnlijk door het gebruik
van dierlijke en kunstmatige meststoffen. De concentraties anorganische
stoffen in de onbelaste bodemlaag, die als een maat voor de natuurlijke
achtergrondwaarden kan worden aangemerkt, zijn in zijn algemeenheid
lager dan de in Nederland vastgestelde streefwaarden. De gehalten van het
persistente bestrijdingsmiddel DDT, verkregen via data van gemeenten en
waterschappen zijn vergelijkbaar met die in overeenkomstige agrarische
gebieden buiten Nederland en overschrijden regelmatig de streefwaarde.
De lokale variabiliteit van DDT blijkt veel groter te zijn dan de
regionale variabiliteit en daarmee is het gepresenteerde ruimtelijk
regionaal beeld van beperkte waarde.
De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden om te voorspellen
hoe de chemische kwaliteit van de bodem zich in de toekomst zal
ontwikkelen. Daarbij kan worden geschat op welke termijn de concentraties
zodanig hoog zijn geworden, dat bepaalde typen bodemgebruik niet meer
mogelijk zijn. Deze informatie kan aanleiding zijn voor het nemen van
maatregelen. De resultaten van het onderzoek naar DDT worden gebruikt
bij het opstellen van Zeeuws beleid met betrekking tot dit onderwerp.
Doordat het doel van bodemkwaliteitskaarten is verschoven naar het in kaart brengen het risico op vervuiling zou de nu missleidende term �bodemkwaliteitskaarten� vervangen moeten worden met bodemvervuilingskaarten.
Ondanks standaardisatie van onderzoeksprotocollen zullen altijd afwijkingen tussen afzonderlijk onderzoeken blijven bestaan en deze afwijkingen hebben een nadelige invloed op het totale beeld van de gezamelijk onderzoeken.
Het gebruiken van een percentiel als grenswaarde, zonder de onderliggende distributie te bestuderen, staat gelijk aan een gok.
Streefwaarden moeten niet gebruikt worden voor het bepalen of een bodem door de mens is beïnvloed, zij zijn een overschatting van de natuurlijke achtergrondwaarden en daardoor ongeschikt.
Gezien het feit dat de �bodemkwaliteit� in zeeland wordt bepaald door het niveau van de DDT concentratie en het feit dat deze door hoge onnauwkeurigheid en slechte relatie met organische stofgehalte slecht te toetsen is aan de gecorrigeerde streefwaarde verdient het de aanbeveling dat de provincie met betrekking tot DDT een �waardenloos� beleid gaat voeren.
Duurzaam bodembeleid begint met een heroverweging van het begrip bodemkwaliteit.
Als de Technische Commissie Bodembeheer aankomt met de aanbeveling: "Het op termijn ontwikkelen van streefbeelden voor indicatoren voor ecologische diensten, in relatie tot economische en sociaal-culturele waarden", dan pleit dit voor directe afschaffing van de commissie (TCB rapport A33, 2003).