There is a English version.
De geochemische kaart van Zeeland is tot stand gekomen door gebruik te
maken van de onderliggende data uit het proefschrift Geochemical
patterns in the soils of Zeeland, natural
variability versus anthropogenic impact (Zie de research sectie). De kaart is gemaakt
om de verschillende ruimtelijke patronen van geochemische elementen te
illustreren en kan beschouwd worden als een bijlage bij het
proefschrift. Echter, niet officieel gepubliceerd.
Door gebruik te maken van de selectie knop hieronder kunnen de
verschillende elementen, met hun methode, gekozen worden. Voor
informatie over het verkrijgen van de data, lees verder ...
Data voor de kaart was verzameld over de periode 1998-2003 in Zeeland.
De locatie van het gebied en de monsterlocaties is hiernaast
weergegeven. De locaties liggen in het landelijk (agrarisch) Holocene
mariene klei gebied van de provincie. Op iedere locatie zijn ca. 15-20
deel monsters genomen van de bouwvoor (ca. 0-30 cm) en de daar onder
gelegen horizont (ca. 50-100 cm) resulterend in twee mengmonsters,
respectievelijk 'topsoil' en 'subsoil' genaamd. De monsters zijn
geanalyseerd met inductive coupled plasma mass spectrometry
(ICP-MS) met een koningswater ontsluiting en x-ray fluorescence (XRF).
De bemonstering en analytische procedures zijn uitgebreid beschreven
in hoofdstuk 4 van het Engelstalige proefschrift. Dit kan
online
gelezen worden of worden gedowload alsPDF
bestand. Dit hoofdstuk bevat ook informatie over analytische
performance, reproduceerbaarheid, gebruikte standaarden en
statistische kengetallen.
De kaart is verdeeld in vier grafieken die informatie geven over de
ruimtelijke patronen, verdeling van de concentraties binnen de
attribuut ruimte en de relatie met Al2O3. De laatste is representatief
voor de klei mineralogie. Een sleutel tot de kaart is hier links
gegeven.
Grafiek 1 toont de eigelijke kaart als bollenkaart, één voor de
topsoil en één voor de subsoil. De grootte van de bollen is
representatief voor de ordegrootte van de concentraties van het
getoonde element. De achtergrond van de kaart is een kriging
interpolatie. Hoewel kriging is gebruikt, is het slechts
illustratief toegepast met zeer geringe geostatistische waarde.
Grafiek 2 laat een Box-en-Whisker plot zien over de verdeling van de
top- en subsoil data inclusief de outliers. De boxen tonen de waarden
tussen de tweede en vierde quartiel, de zogenaamde interquartiel
reeks, terwijl de whiskers de waarden 1.5 maal de tweede en vierde
quartiel laten zien.
Grafiek 3 is een cmmulatieve frequentie plot waarin de kans van een
waarde, getoond als percentiel, is uitgezet tegen de concentratie.
normaal verdeelde concentraties laten een rechte lijn zien zodat
afwijkingen eenvoudig herkend kunnen worden. Bochten in de curve
kunnen duiden op een 'skewed' distributie. Hogere en meer afwijkende
waarden zijn vaak gebruikelijk voor menselijk beïnvloede concentraties.
Grafiek 4 geeft de relatie tussen het element en Al2O3 welke
representatief is voor de klei mineralogie van de topsoil en subsoil
van het gebied. Zoals is beschreven in het proefschrift, kan de
subsoil gebruikt worden als basislijn voor de natuurlijke
achtergrondconcentratie. Afwijkingen van deze basislijn kunnen duiden
op aanrijking door menselijk toevoer van sommige elementen,
bijvoorbeeld de zogenaamde 'zware metalen'.
Een meer gedetailleerde beschrijving van bovengenoemde figuren en de
gebruikte statistische methodes staat in hoofdstuk 5 van het
proefschrift. Deze kan
online
gelezen worden of worden gedownload als
PDF.